Theater 1940-1945 - Bezetting
In de vroege ochtend van 10 mei 1940, het begin van het pinksterweekend,
trekken Duitse troepen de Nederlandse grens over. Het is oorlog.
De chaos is groot, winkels blijven gesloten, kranten verschijnen niet,
bioscopen en theaters blijven dicht.
Na vijf dagen strijd en het bombardement op Rotterdam, geeft Nederland
zich op 15 mei 1940 over.
In Nederland heerst de overtuiging dat zo snel mogelijk 'het gewone leven'
weer haar loop moet krijgen. De Duitse bezetter stemt daar van harte mee
in.
Al op zaterdag 18 mei gaat als eerste het Centraal Theater in Amsterdam
weer open met een uitvoering van "Vader thuis" gespeeld door
het Centraal Tooneel. Enkele dagen later volgt het Residentie Tooneel
in de Haagse Koninklijke Stadsschouwburg met "De gevaarlijk bocht".
Niet veel later zal de schouwburg het predikaat 'Koninklijke' verliezen.
De behoefte aan vermaak en vertier zal gedurende de eerste jaren van
de oorlog groot blijken. Het bioscoopbezoek stijgt enorm en boekuitgevers
raken verlost van hun overvolle zolders. Gegevens over het theaterbezoek
in deze tijd ontbreken, maar het lijkt erop dat ook dit gedurende de oorlog
toeneemt.
Net als huizen moeten theaters wel verduisterd zijn. Ook de straatverlichting
gaat niet aan. Allerlei maatregelen worden door theaterdirecties bedacht
om bezoekers naar het theater te krijgen.
Het aantal matinees stijgt. De aanvangstijden van de avondvoorstellingen
worden vervroegd. In de programmaboekjes wordt nadrukkelijk aangekondigd
dat de voorstelling nog voor de laatste tram is afgelopen.
- »
Kultuurkamer » -
|