Theater 1940-1945 - Kultuurkamer

Aanvankelijk gaat in 1940 het theaterbedrijf 'gewoon' door. In de loop van 1941 wordt de Kultuurkamer ingesteld. Kunstenaars die hun vak willen blijven uitoefenen zijn verplicht zich aan te melden. Er wordt censuur ingesteld, vooraf moet toestemming gevraagd en gekregen worden van de te spelen stukken. Er worden 'buitendienst medewerkers' het land ingestuurd die controleren wat er in de theaterzalen gespeeld en gezegd wordt.
Maatregelen tegen joden volgen elkaar in 1941 snel op. In juni wordt het joodse acteurs verboden op te treden, in september mag joods publiek niet meer in niet-joodse theaters komen. Half februari 1942 moeten theatermakers zich melden bij de Kultuurkamer. In april is men verplicht de Ariërverklaring te ondertekenen. Zonder aanmelding is optreden onmogelijk of in ieder geval illegaal.
De Hollandsche Schouwburg en het Beatrixtheater - tot 1938 het Rika Hoppertheater genoemd en nu Desmet - in Amsterdam worden theaters waar joden wél mogen optreden voor uitsluitend joods publiek. De Hollandsche Schouwburg heet vanaf eind oktober 1941 Joodsche Schouwburg, het Beatrixtheater krijgt de naam Sellmeijertheater, Theater van de Lach. Begin augustus 1942 wordt de Hollandsche Schouwburg het verzamelpunt van joden voor hun vertrek naar Westerbork. Van een geregeld theaterspel is dan geen sprake meer. Het is onbekend of er elders ook joodse theaters waren.

- » Propaganda » -