Theater 1940-1945 - Propaganda

De Duitse bezetter ziet in het theater een belangrijk middel de idealen van het nationaal-socialisme voor het voetlicht brengen. Voor het eerst worden gezelschappen direct door de Rijksoverheid gesubsidieerd. In Den Haag wordt in 1942 het Duitstalige 'Deutsches Theater in den Niederlanden' opgericht. In Amsterdam, de culturele hoofdstad van Nederland, komt met financiële steun het Gemeentelijk Theater Bedrijf Amsterdam tot stand dat uit de afdelingen Toneel, Opera en Ballet bestaat. Eveneens met een forse subsidie en onder leiding van Jan C. de Vos jr., wordt het Noordhollands Toneel opgericht dat Haarlem als standplaats krijgt. Het NSB toneelgezelschap De Voortrekkers, onder leiding van Adriaan van Hees, en het Haagse Residentie Toneel worden eveneens financieel bijgestaan.
Met de oprichting, in november 1941, van de Kultuurkamer proberen de Duitsers meer grip te krijgen op het culturele leven in Nederland. Aanvankelijk is het toneelverzet groot. Sinds juli 1940 is dat verzet gebundeld in de Nederlandse Organisatie van Toneelspelers (NOT). Pas na dreiging en intimidatie door de Duitsers melden begin februari 1942 de meeste theatermensen zich bij de Kultuurkamer aan. Een aantal duikt onder of verandert van baan. Enkelen volharden en spelen een rol in het georganiseerde verzet. Albert van Dalsum dook onder in Limburg, Hans van Meerten belandde in het verzet. Uiteindelijk zouden zo'n 100 van de 400 spelers zijn gestopt.

- » Spelen of niet » -