Theater 1940-1945 - Sluiting theaters
Na 'dolle dinsdag', 5 september 1944, houdt de Kultuurkamer op te
functioneren, althans heeft nagenoeg geen greep meer op het culturele leven
(voor zover daar nog sprake van is) in Nederland. Het is dan inmiddels
duidelijk dat de Duitsers gaan verliezen. De geallieerden zijn dan al
gevorderd tot de grote rivieren. Reizen is bijna onmogelijk geworden.
Auto's en bussen rijden niet meer. Het treinverkeer valt ook stil. Er
heerst honger ook onder toneelspelers. Er is geen elektriciteit meer voor
het verlichten van theaterzalen en podia. Vermoedelijk daalt het aantal
reguliere theatervoorstellingen.
Op 18 september 1944 verbiedt de burgemeester van Amsterdam alle grote theaters
en bioscopen elektriciteit te gebruiken en zijn genoodzaakt te sluiten.1 Op 17 november 1944 speelt het Centraal Tooneel
's middags nog in het Amsterdamse Centraal Theater. Een ander gevaar ligt
dan op de loer er "waard de schrik van de door de Duitsers georganiseerde
mannenrazzia (bij het uitgaan) waardoor we nog in de kleedkamer van Mary
Dresselhuys belandden", aldus toneelschrijver en recensent Herman
C.J. Roelvink in diens persoonlijke recensiealbum.
Ook in theater Bellevue en de Uitkijk blijven voorstellingen gegeven worden.
Op 1 januari 1945 wordt ondanks alles en in de kou eenmalig in de Amsterdamse
Stadsschouwburg door het Gemeentelijke Theaterbedrijf Amsterdam afdeling
toneel, de Gysbrecht van Aemstel opgevoerd.
1In de kleine theaters en bioscopen worden nog wél voorstellingen gegeven.
- » Literatuur
» -
|