Theater 1940-1945 - Spelen of niet

Veel theatermensen besloten door te spelen. Zij meenden dat ze het publiek juist in deze tijd kon geven waar het behoefte aan had: een paar uur vermaak om de treurige dagelijkse beslommeringen te ontvluchten. Anderen zagen geen andere mogelijkheid hoe in hun levensonderhoud te voorzien.

Een minderheid stopt met het theaterwerk en probeert op een andere manier in het levensonderhoud te voorzien óf maakt gebruik van de bescheiden steunuitkering van de toneelorganisatie. Verschillenden van hen gaan op uitnodiging bij mensen thuis 'tussen de schuifdeuren' spelen. Deze illegale voorstellingen worden Zwarte Avonden genoemd en beschouwd als verzet.

De kloof tussen spelenden en niet-spelenden wordt gedurende de oorlog steeds dieper en werkt tot heden toe door, aldus verschillende bronnen. Verschillende acteurs, die zich aangemeld hebben bij de Kultuurkamer en een Ariërverklaring hebben ingeleverd, treden echter ook op in Zwarte Avonden.
Ook tijdens de legale voorstellingen doen zich tekenen van 'verzet' voor: door het dragen van oranje kleding, het leggen van een andere klemtoon waardoor gerefereerd wordt naar de huidige situatie of kleine aanpassingen van een tekst. Zo wordt de val van Amsterdam in de Gysbrecht van Amstel zo opgevoerd dat de goede verstaander begreep dat 'Amsterdam' staat voor het bezette Nederland.

- » Sluiting » -