Huiskamervoorstellingen in de Tweede Wereldoorlog

Theater Instituut Nederland experimenteert met voorstellingsreeks in sfeer van zwarte avonden
(Klik hier voor informatie over de VPRO radiodocumentaire van 24 april j.l.)

Op 3 maart 2005 opende Kees Brusse de tentoonstelling Theater in de Tweede Wereldoorlog . Brusse is vooral bekend als filmacteur, veel minder bekend is dat zijn toneelcarrière in de oorlog is begonnen.
Drie seizoenen, vanaf 1941 tot 1944 heeft Brusse als ‘volontair' bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam gespeeld. In het laatste oorlogsjaar speelde hij bij het eveneens Amsterdamse gezelschap Centraal Tooneel.
Op de opening ondervroeg de samensteller van de tentoonstelling Kees Brusse over deze eerste jaren van zijn carrière. Brusse heeft tot 1988 toneelgespeeld bij diverse gezelschappen.

Met de opening van de tentoonstelling werd ook stiekem het startsein gegeven voor een aantal zwarte avonden; huiskamervoorstellingen in de sfeer zoals die ook tijdens de oorlog werden gegeven.
Gedurende de hele bezetting werden door liefhebbers dit soort voorstellingen georganiseerd. Een groot aantal professionele artiesten trad zo in het hele land op. Naast Kees Brusse zijn Eduard Verkade, Charlotte Köhler, Albert van Dalsum enkele grote namen die dat in die tijd deden.
Met name in de laatste twee oorlogsjaren nam het aantal huiskamervoorstellingen toe, mede omdat de grote schouwburgen vanaf september 1944 gesloten bleven.
De huiskamervoorstellingen waren verboden omdat samenkomsten van meer dan 20 personen verboden waren en omdat de teksten die werden voorgedragen of gespeeld niet door de Kultuurkamer waren gecensureerd.

De afgelopen twee jaar heeft het TIN diverse administraties ontdekt van deze huiskamervoorstellingen. Tot voor kort was er weinig overbekend. In de tentoonstelling in het Theatermuseum zijn deze administraties te zien.
Van verzet tijdens deze voorstellingen was geen sprake. Wél werden er soms teksten gespeeld of voorgedragen die niet meer mochten, maar dat was meestal niet het doel. De voorstellingen die gegeven werden, waren naar eigen voorkeur en inzicht samengesteld door de artiest(en). Er werd soms wel vooraf met de gastheer of –vrouw over de inhoud onderhandeld, maar het was altijd de uitvoerende die besliste.
Voor optredens in het land logeerde de artiest meestal bij zijn gastheer.

Omdat de voorstellingen verboden waren zijn de voorstellingen ook met de nodige geheimzinnigheid omringd.
Je werd vaak viavia uitgenodigd, je moest altijd oppassen dat je nooit met een hele groep bij iemand voor de deur stond, maar één voor één aankwam en ook moest erop gelet worden geen geluidsoverlast te veroorzaken.
In de serie zwarte avonden die Theater Instituut Nederland organiseert probeert het deze sfeer weer op te roepen. Niet om ‘net te doen als toen' maar als experiment en als poging om te proberen te ervaren hoe dat destijds beleefd werd.

Wilt u een zwarte avond meemaken. Houdt dan de site www.zwarteavond.nl in de gaten.

« terug